Erfgoeddrager: Igor de Jongh

‘Omvallen of doorwandelen…’

Ik interviewde de neef van mijn grootvader. Hij en mijn opa Eddy zijn Joods, ze overleefden de oorlog in de onderduik. Mijn opa is inmiddels overleden. Ik heb hem nooit gekend maar zijn neef Eddy wel. Ik vond het interviewen eerst moeilijk omdat ik Eddy vragen stelde over zo’n zware en verdrietige tijd, maar hij moedigde me aan en zei: ‘Je moet nu maar even opzij zetten dat je het verdrietig vindt.’

Hoe was het leven bij jullie thuis en in de buurt?
“In de straat woonde mijn vriendinnetje Anki en haar zusje, daar stoeide ik mee. En op de hoek woonde een arts, Plem Lopes Cardozo, een heel gekke man, ik was dol op hem. Hoe hij overleed weet ik niet. Maar ik weet nog wel hoe ontroostbaar ik was en met mijn ouders naar een speelgoedwinkel ging in de Beethovenstraat waar ik iets mocht uitzoeken. Van onze straat liep ik elke dag naar school, de Daltonschool in de Jan van Eyckstraat. De eerste klassen gingen aardig, maar daarna ging het snel bergafwaarts omdat ik niet zoveel zin meer had. Ik herinner me dat ik in mijn schrijfwerk tekeningen maakte. Mijn ouders dachten dat dat heel bijzonder was maar mijn lerares was wat minder enthousiast.

Aan mijn ouders heb ik alleen maar goede herinneringen. Mijn vader werkte, ik weet niet waar en mijn moeder was huisvrouw. Mijn vader reed in een Citroën. Ze waren, geloof ik, lid van de socialistische partij, de SDAP. Er kwamen veel vrienden over de vloer: politiek bewuste mensen. Er waren gesprekken over de oorlogsdreiging. Als ik niet mocht weten waar het over ging spraken mijn ouders Engels. Die klank van het Engels is in mijn oren gebleven.”

Wat herinner je je van het begin van de oorlog?
“Op 15 mei 1940, toen Nederland had gecapituleerd, stonden mijn moeder en ik buiten op straat. Van de overkant kwam een roodharige vrouw, een NSB-ster, op ons af en zei: ‘We krijgen jullie wel!’ Ik weet niet meer wie zij was, maar voelde en begreep wel de dreiging die uit haar woorden sprak. Van de anti-joodse maatregelen die volgden herinner ik me gek genoeg niets.. Wel het moment dat mijn buurman bij mij in de klas kwam.
Ik was 11 jaar toen onze bovenbuurman mij opeens overdag uit school kwam halen. Ik kon niet meer naar huis zei hij, mijn ouders waren weggehaald. Onmiddellijk moest ik onderduiken. Hij nam mij mee. Ik weet nog dat ik mijzelf inprentte niet te huilen. Uit levensbehoud. Dat heb ik volgehouden. Ik wilde er niet bij stil staan. Je kon omvallen of je kon proberen door te wandelen.”

Hoe was de bevrijding voor jou?
“Ik was bijna 14 jaar en hoopte dat ik mijn ouders weer zou terugzien. Ergens hingen lijsten van het Rode Kruis met daarop de namen van mensen die vermoord waren. De namen van mijn ouders vond ik daartussen. Er werden wilde bevrijdingsfeesten georganiseerd, waar werd gedronken en gedanst. Mijn oudere neef Eddy vond ik terug. Hij was 25 jaar, ook zijn ouders waren vermoord. Toch deden we mee met de feesten.”

 

 

Utrecht, 6 april 2016, Igor de Jongh interviewt zijn verre achteroom (neef van z’n opa) Eddy de Jongh, foto’s: Katrien Mulder

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892