Erfgoeddrager: Florence

‘De Bevrijding was één groot feest, je kon op straat gaan dansen, maar het was heel dubbel. ’

Fotografie: Saskia Gubbels (midden en onder) en Mildred Theunisz (boven)

Gerda Delemarre-van Nimwegen (90) is 14 jaar als de oorlog uitbreekt. Ze woonde toen aan de Wiltzanghlaan 2-II. Nu woont ze in het benedenhuis ernaast op nummer 4.  Senol, Remus en Selver van de Multatulischool gingen op de ene dag langs, Florence, Nihad en Shoekova werden door Gerda Delemarre en haar zoon op de andere dag bij haar thuis ontvangen.

Hoe merkte u dat de oorlog begon, wat veranderde er?
Wij waren door de kranten al goed op de hoogte van de spanningen in de verschillende landen en één van mijn broers werkte voor de oorlog al – gedwongen door de regering – in Duitsland bij een slagerijfabriek in Braunschweig, dus die maakte het daar al mee. Een andere broer zat in het Nederlandse leger. Toen de oorlog in Nederland uitbrak veranderde alles heel plotseling. De broer in Duitsland bleef daar, de broer in het leger moest vijf dagen hard tegen de Duitsers vechten6, de broer  die op een internaat zat (Frans) kwam thuis omdat de school door de Duitsers werd ingenomen en mijn jongere broer was gewoon thuis. Vader werd in 1941 thuis opgehaald, hij handelde in illegaal geslacht (zwart) vlees, dat mocht natuurlijk niet. Hij schijnt ook post of papieren voor of van Joodse collega’s uit de slagerij in zijn bezit te hebben gehad. Helemaal precies weet ik het niet. Op 8 februari 1943 kregen we officieel bericht dat vader in Kamp Vught bij Den Bosch was omgekomen, maar we wisten het al veel eerder. Dat ging via via.

Kwam de oorlog wel eens heel dichtbij?
De stad hield achter het huis op, daar stonden tijdens de oorlog ook zoeklichten en mitrailleurs opgesteld om de Engelse vliegtuigen uit de lucht te kunnen schieten. Je kon helemaal naar Haarlem kijken. Er werd ook wel eens een vliegtuig naar beneden geschoten. Aan de overkant van de straat heeft toen een Engelse piloot verstopt gezeten die was neergestort in de buurt van Sloterdijk. Dat was best eng, maar ik ben nooit bang geweest voor de Duitsers die hier vijf jaar hebben rondgelopen. Die deden ook maar hun werk. Meer was je bang omdat je niet wist waar je broers waren en hoe het met ze ging en of ze wel veilig waren. Ook moest ik een keer in mijn eentje naar Amsterdam-Zuid fietsen en daar kwam ik ziek van terug omdat ik niks anders zag dan Duitsers die op de bel drukten en dan weer hele gezinnen op vrachtwagens gooiden. En dat is dan zo erg, dat je niet weet waar ze met je naartoe gaan.

Bent u ondergedoken geweest?
Twee van mijn broers wel. In Opdam, in de buurt van Alkmaar, bij kennissen. Op een dag is Frans uit zijn schuilplaats gekomen en is toen door een Duitse en een Hollandse SS-er opgepakt. We wisten niet wat er met hem was gebeurd en waar hij was, totdat we via via een briefje kregen, dat hij ook in Duitsland was. Hij was in een kamp terecht gekomen, daarna is hij op dodenmars overleden en dus nooit thuisgekomen. Hij stierf op 23 april 1945 in Cham.

Heeft u honger gehad in de hongerwinter?
Gelukkig kon ik op de fiets eten halen bij onze kennissen in Opdam, ik kende de hele Beemster uit mijn hoofd. Een keer op de terugweg, ergens bij Purmerend, was mijn fiets zo kapot dat ik naar de fietsenmaker moest. Die heeft toen wat er nog van mijn banden over was van mijn wielen gehaald en zo ben ik op de velgen terug naar Amsterdam gefietst. Mijn jongere broer ging houten balken pikken bij de Duitsers op Sloterdijk. Om dat te kunnen doen, had moeder twee broodbonnen geruild voor een zaag. Het hout ging in de kachel. Uiteindelijk zijn mijn moeder, mijn jongere broer en ik naar Opdam gegaan en daar gebleven. Mijn moeder kreeg verschrikkelijke heimwee en dat is geen onzin. We moesten dus terug, ook voor het geval mijn broers naar huis zouden komen. Mijn jongere broer bleef in Opdam. Moeder had al jaren niet meer op een fiets gezeten, maar daar gingen we dan: op een gehuurde tandem terug naar Amsterdam. Nog niet zo ver van Opdam zei moeder: “Ik kan niet meer!” Ik zei toen heel brutaal: “Je zult wel moeten!” Thuisgekomen was het hele huis leeggehaald door één van mijn broers.

Hoe was de bevrijding en hoe merkte u dat?
Eigenlijk merkten we het al een paar dagen van tevoren. Het was één groot feest. Ik was jong en je kon op straat gaan dansen, maar het was heel dubbel. Aan de ene kant was je heel erg blij natuurlijk, maar aan de andere kant was nog niet iedereen terug en niet iedereen zou terugkomen. Van vader wisten we dat natuurlijk al en dat bracht veel verdriet. Dat verdriet blijft bij je.

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892