Erfgoeddrager: Fabian

‘Mijn moeder liep langs het Noordhollandsch Kanaal naar Hoorn’

Hans Notmeijer is pas na de oorlog geboren, maar hij vertelt aan Fabian, Yussef en Nazida van De Klimop in Amsterdam-Noord het verhaal van zijn ouders en grootouders. Toen Hans zijn diploma haalde en ‘meester’ werd, zei zijn oma: ‘Jongen, nu kun jij de verhalen over de oorlog doorvertellen aan de kinderen… maak deze kist maar open.’ De kist van zijn oma is een ware schatkist. Niet gevuld met goud, maar met tastbare herinneringen uit de oorlog: identiteitspapieren, verzetskranten en veel foto’s.

Hoe kwam uw familie aan eten in de Hongerwinter?
‘In de Hongerwinter liep mijn moeder als klein meisje soms dagenlang met haar moeder en een kinderwagen helemaal langs het Noordhollandsch Kanaal naar Hoorn en af en toe zelfs verder. Ze gingen langs de boeren voor eten. Soms was ze wel drie of vier dagen weg. Ze vertelde dat ze wel eens bijna thuis waren, maar alsnog werden tegengehouden door soldaten die alles afpakten. Hadden ze zo hun best gedaan om aan eten te komen…’

Is er ook een bom in de buurt gevallen?
‘Amsterdam-Noord had een voetbalclub en die heette De Volewijckers, hier op de foto kun je hem zien. In 1944 werden ze landskampioen. Het was voor de eerste keer dat een Amsterdamse club zoiets bereikte. Per ongeluk is daarna bij bombardementen een bom in het stadion terechtgekomen. Toen mochten ze daar niet meer spelen omdat het veel te gevaarlijk was.’

Waren uw ouders bang in de oorlog?
Ik heb het nooit aan mijn vader gevraagd, hij overleed toen ik nog heel jong was. Mijn moeder vertelde wel veel over de oorlog. Ook dat ze heel bang was. Als de sirenes in de oorlog afgingen, betekende het dat er vliegtuigen overkwamen. Mijn moeder had met haar ouders afgesproken dat ze het huis uit zouden hollen, naar het park toe, om zich daar te verstoppen. Ja, en toen gebeurde dat ook. Heeft mijn moeder in de wind en regen in het park gelegen om zich te verstoppen, bang dat ze gebombardeerd zouden worden. Daarna was ze bang voor knallen, en ook voor ballonnen vanwege het harde geluid als ze knappen.’

Tijdens het bekijken van de spullen vertelt Hans nog over zijn bezoek aan het concentratiekamp Buchenwald in Duitsland. Daar gebeurde iets heel bijzonders. ‘Ik was er met mijn school en we werden rondgeleid door een kleine, oude meneer in sombere kleren. Waarom ze hem voor de rondleiding hadden uitgekozen, begreep ik niet. Aan het einde van het kamp lagen de gaskamers, de plek waar Joodse mensen werden vermoord. Toen vertelde die oude man dat daar zijn vader, moeder, broer en zijn verbrand. Na de oorlog is hij vlakbij het kamp blijven wonen als een soort herdenking aan zijn familie en is hij in het concentratiekamp rondleidingen gaan geven. Ik werd daar helemaal verdrietig van. Wat erg dat je de rest van je leven bij zo’n concentratiekamp blijft wonen omdat je je vader en moeder, je broer en zus niet in de steek wil laten.’

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Erfgoeddrager: Fabian

‘Ze schreef in mijn album: ‘Zal je nog aan me denken, wanneer ik er niet meer ben?’’

Ellen woont in de Morsestraat en is 8 jaar als de oorlog uitbreekt. Haar vader is een Engelsman. Hij moet onderduiken in de oorlog.

Heeft u ook goede herinneringen aan de oorlog?
In de hongerwinter zag een Duitse soldaat mij op straat lopen op klompen. Hij schreef een briefje voor een schoenenwinkel waar de Duitsers hun schoenen haalden. Op het briefje stond: ‘Geef dit kind een paar schoenen’. Ik heb tot na de oorlog op dat schoeisel gelopen, zelfs toen ze helemaal versleten waren. Niet alle Duitsers waren slecht.
Maar mijn mooiste herinnering is hoe iedereen alles met elkaar deelde. We deelden het hout voor in de kachel van de gekapte bomen op de Suezkade. Mijn vader zat ondergedoken in een ruimte onder ons huis. Hij kon dus zelf geen hout kappen. Maar hij hoefde niet de hele dag daar te zitten. Hij maakte overdag veel schilderijen. Die ruilden we bijvoorbeeld voor een zak bruine bonen.

Kende u ook joodse kinderen die zijn weggevoerd?
Jazeker, ik zat op school in de Galvanistraat en er zaten ook joodse kinderen in mijn klas. Wij zagen ze niet als joodse kinderen, maar gewoon als onze klasgenootjes. Ik weet nog goed dat ik een poëziealbum had. Ik vroeg aan een joods meisje uit mijn klas of zij erin wilde schrijven. Uiteindelijk zei ze ja. Ze schreef in mijn album: ‘Zal je nog aan me denken, wanneer ik er niet meer ben?’ Toen was het niet zo belangrijk, maar zodra ik wist dat ze niet meer terug kwam na de oorlog, had die tekst een heel andere betekenis gekregen.

Wat is het meest bijzondere dat u heeft meegemaakt in de oorlog?
Tijdens een deel van de oorlog hadden de Duitsers de elektriciteit afgesloten in Den Haag. Zo konden we ’s avonds geen lampjes aanzetten of andere elektrische apparaten gebruiken. De sluizen van het verversingskanaal, dat naast de Morsestraat ligt, werkten nog wel op elektriciteit. Wat de Duitsers vergeten waren, is dat de Morsestraat op dezelfde elektriciteit werkte als de sluizen. Dus de Morsestraat had als enige straat in Den Haag wel elektriciteit. Eén van onze buren had als enige van de bewoners van de Morsestraat een elektrisch radiootje. Soms gingen we met veel mensen uit de straat naar hem toe om naar Radio Oranje te luisteren. Later werd dat gevaarlijker en daarom boorde de buurman gaatjes in de muur, zodat we toch mee konden luisteren.

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892