Erfgoeddrager: Ezekiel

‘Papieren verstopt in het meel’

Mevrouw van Gogh was 7 jaar toen haar vader in 1943 werd opgepakt omdat hij in het verzet zat. Zelf deed mevrouw van Gogh ook gevaarlijke dingen. Ze bracht bijvoorbeeld bibliotheekboeken naar joodse onderduikadressen.

Hoe was het leven in uw buurt tijdens de oorlog?
“Ik woonde samen met mijn ouders, mijn grootmoeder en later met mijn broertje (die werd in 1944 geboren) in de Rustenburgerstraat. Het begin van de oorlog herinner ik mij als heel zorgeloos. Veel mensen dachten dat de oorlog hooguit een jaar zou duren. Ik rolschaatste lekker op straat, er waren geen auto’s meer, de stad was doodstil. Vanaf 1943 werd het slechter, er was weinig te eten, het was koud, we hadden geen licht meer en mijn vader werd opgepakt. We gingen op hongertochten naar Noord-Holland, soms op de fiets. Heel zwaar, want de fietsen hadden houten banden. Je werd wel reusachtig zelfstandig, ik was zeven jaar en ging al alleen met een vriendinnetje op rooftocht.

Ik weet nog dat we geen licht meer hadden in huis. Mijn neef gebruikte de voorlamp van zijn fiets om licht te hebben bij het lezen van zijn studieboeken. We hadden ook carbidlampen, carbid lijkt een beetje op krijt. Dat moest in kleine stukjes gehakt worden en dat brandde dan. Het was mooi wit licht, maar wel gevaarlijk. Je moest altijd een zonnebril opdoen, anders werd je verblind.”

Waarom werd uw vader opgepakt?
“Mijn vader zat in het verzet. Hij heeft veel Joden ondergebracht in Noord-Holland. Hij vervalste Sonderausweisen (daarmee kon je ook na Sperrtijd naar buiten) en stamkaarten. Er kwamen dus opvallend veel mensen bij ons over de vloer, terwijl er NSB’ers in de straat woonden, zoals de horlogemaker. In 1943 was er een inval bij ons thuis. Mijn grootmoeder wist de belangrijke papieren, het bewijsmateriaal, nog op tijd in het meel te verstoppen, ze zijn door de Duitsers niet gevonden. Mijn vader werd wel meegenomen. Mijn moeder was heel verdrietig, maar we hadden gelukkig veel steun van het verzet. Mijn vader ging eerst naar Kamp Vught waar hij Joden tegenkwam die hij had geholpen met onderduiken. Hij heeft ook in Westerbork gezeten en hij moest werken in de Amsterdamse bossen. Daar brachten we hem pakjes, met bijvoorbeeld sokken. We gaven het aan een man die aan de andere kant van het hek stond, maar gek genoeg zijn de pakketjes nooit bij mijn vader aangekomen.  Ik heb weleens gedacht dat ik mijn vader nooit meer terug zou zien. Maar na een jaar, begin 1944 werd mijn vader vrijgelaten. Waarom weet ik niet.”

Welke gebeurtenissen in de oorlog zijn u het meest bijgebleven?
“Mijn grootmoeder die de papieren verstopte in het meel; de terugkomst van mijn vader en de enorme honger. Ik weet ook nog goed dat ik bibliotheekboeken haalde in de Rijnstraat om die naar onderduikers in Oud-Zuid te brengen. Die jongens verveelde zich vreselijk. Het was zwaar werk, zeker als je zeven bent. Vaak kreeg ik dan wat te eten. Ik herinner mij ook nog de fusillade op het Weteringplantsoen in maart 1945. Het was een vergeldingsactie, want er was een aanslag gepleegd op een Duitse officier. 36 willekeurige mensen werden doodgeschoten op straat. Ik liep daar met een vriendinnetje. De Duitsers riepen dat we moesten blijven staan. Ze wilden gewoon publiek hebben.”

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892