Erfgoeddrager: Edanur

‘De tekorten van toen, halen we nu in.’

Ondanks dat Ton van Baardwijk pas aan het einde van de oorlog geboren werd, kon hij ons er toch een hoop over vertellen. Zijn ouders hadden veel gesproken over de ellende en hun angsten, en hoe bang ze waren geweest dat ze hem als baby zouden verliezen. We vinden het bijzonder dat meneer van Baardwijk ondanks de armoede toch een hele fijne jeugd heeft gehad. “Ik fietste vrolijk rond op mijn driewieler”, licht hij toe, “en we konden midden op straat voetballen.”

 

Wat gebeurde er in de oorlog toen u geboren werd?
“Ik ben geboren in de hongerwinter, en dat was eigenlijk heel moeilijk voor mijn ouders. Er was heel weinig voedsel, en ook mijn moeder had veel honger. Daarom kon ze me geen borstvoeding geven. Ik was heel ziek, en mijn ouders waren bang dat ik zou sterven. 

In plaats van melk kreeg ik toen suikerwater van bieten. Daarmee heb ik het uiteindelijk overleefd: drie maanden lang elke dag theelepeltjes met suikerwater. Na de bevrijding kwam er in de voedselpakketten met boter, thee, koffie, suiker, varkensvlees en koekjes ook poedermelk, dus toen was ik gered. Die pakketten dropten de Canadezen op het hoge land aan de Meteorensingel, waar nu het oorlogsmonument staat.”

Zaten uw ouders in het verzet?
“Mijn ouders hadden hun handen vol aan zes kinderen en het zorgen voor eten, dus daar hadden ze niet eens tijd voor. Zo ging mijn vader een keer met een handkar naar de Beemster om aardappelen te kopen. Toen hij terugliep in het donker zag hij twee smalle streepjes licht steeds groter worden. Het bleek een Duitse auto te zijn met afgeschermde koplampen zodat de vliegtuigen de auto niet konden zien. Mijn vader duwde snel zijn kar aan de kant en dook het gras in. De kar viel om en alle aardappelen rolden van de dijk af het gras in. Hij heeft gewacht tot de auto voorbij was en is toen drie uur bezig geweest om de aardappelen weer te verzamelen. Op gevoel, in het natte gras. Uitgeput kwam hij thuis, maar we hadden wel weer voedsel voor een paar maanden.”

Hoe was het na de bevrijding?
“Ook na de oorlog was er nog armoede. Het geld was op, de winkels waren leeg en wegen waren beschadigd. Ik weet nog dat ik als kind met voedselbonnen naar de winkel moest, die werden nog tot 1953 gebruikt. Voor sommige producten moest je een bon hebben, anders kon je het niet kopen. 

Ik heb een mooie jeugd gehad. Als kind merkte ik de ellende niet, en door de armoede van toen waardeer ik wat ik nu heb. Vroeger hadden we maar een keer per week vlees en nu elke dag. De tekorten van toen, halen we nu in.

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892