Erfgoeddrager: Diya

‘Iedereen ging ergens anders heen’

Wij hebben met z’n vieren meneer Peter Kahn geïnterviewd. Hij was een Joodse jongen van vier jaar oud toen de oorlog begon. Het interview was heel interessant. Meneer vertelde veel en had allemaal dingen uit de oorlog bewaard zoals recepten en een echte Jodenster. Het was heel indrukwekkend om die vast te houden.

Herinnert u zich nog veel van de oorlog?
“Eigenlijk herinner ik mij bijna alleen de leuke dingen van de oorlog. Ik was natuurlijk nog erg jong. Ik herinner me nog wel dat ik ben opgepakt tijdens een razzia, omdat ik Joods ben, en dat ik naar het Amstelstation ben gebracht. Dat weet ik nog omdat ik de muurschildering in het station zo mooi vond, met al die treinen. Ik keek mijn ogen uit. Mijn moeder heeft mij later vrij gekregen op het station en toen moesten we het hele eind teruglopen naar huis. Onderweg vroegen soldaten of wij mee wilden rijden met een van de auto’s. Weinig mensen hadden in die tijd een auto, dus ik wilde graag meerijden. Maar mijn moeder niet, dus liepen we het hele eind naar huis.”

Heeft u, omdat u Joods bent, ook ondergedoken gezeten?
“Jazeker. Na het incident in het Amstelstation zijn wij allemaal ondergedoken. Iedereen van de familie ging ergens anders heen: mijn vader, moeder en oma. Ik werd opgehaald en moest met een tante mee, die natuurlijk mijn tante niet was, naar Renkum. Daar heb ik ongeveer een jaar gewoond. In die periode mocht ik ook mijn eigen naam niet gebruiken, ik heette toen Peter Kamp. Mijn eigen achternaam was veel te Joods. Aan de mensen in het dorp vertelde we dat ik een neefje uit Amsterdam was dat logeerde om aan te sterken. Na een jaar ging ik weer terug naar mijn ouders in Amsterdam. Daar doken wij met z’n allen onder op de Quellijnstraat. Af en toe gingen we naar buiten, alleen mijn vader deed dat niet omdat hij er te Joods uitzag. Ik kreeg weer een nieuwe naam: Pieter Knaker. We zaten ondergedoken bij een meneer die ook lid was van de NSB. Maar hij zat ook in het verzet en hielp ons onderduiken in het huis. Elke dag kwam hij twee keer langs om de gordijnen open en dicht te doen en om de kachels te stoken.”

Heeft u ook honger gehad in de oorlog?
“Tijdens de Hongerwinter hebben we het volgens mij wel zwaar gehad. Ik weet dat we bloembollensoep en aardappelschillen aten en dat ik eens in de week naar het Rode Kruis ging om daar eten te krijgen met andere kinderen. Een keer mocht ik van mijn moeder niet gaan, ze vond het te gevaarlijk. Vlak daarvoor was er een schietpartij geweest aan de Weteringschans, verschillende mensen zijn doodgeschoten door de Duitsers. Dat heb ik pas achteraf begrepen, ik had toen alleen honger.”

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892