Erfgoeddrager: Aidan

‘Je zag zo’n vliegtuig naar beneden duiken en dan hoorde je ‘tak tak tak!’ de kogels in het water spatten. ’

Op een dag wordt Peter Struve op het Sweelinckplein aangehouden door een Duitser: ‘Halt!’ Zijn fiets wordt ingenomen. Ook  krijgt hij een bon van 75 gulden. Dat geld kan zijn vader terugvragen bij de Duitsers. Maar een nieuwe fiets kan met dat geld niet worden gekocht, dus moet Peter vanaf dat moment lopend naar school.

Hoe begon de oorlog?
De dag dat de oorlog uitbrak weet ik nog precies. Ik keek uit het zolderraam en zag aan de overkant van de straat Nederlandse soldaten. Ze slopen achter elkaar aan, met helmen op, richting de Appelstraat. Dat maakte grote indruk op me. Die soldaten met bajonetten op hun geweren. Ze zijn in gevecht geraakt met Duitse luchtlandingstroepen. Die kon ik vanuit mijn zolderraam uit de vliegtuigen zien springen. Van de hevige gevechten die volgden merkten we niet veel, al hoorden we in de verte wel de schoten. Ik weet nog dat een aantal dagen later de eerste colonne Duitsers aan kwam rijden. Ze stopten in de Vlierboomstraat. Ik liep er met een paar anderen heen om te kijken. De Duitsers stapten uit hun wagens en gingen eten. Eén van de soldaten merkte ons op en vroeg of we trek hadden. We kregen Duitse boterhammen: van dat zurige brood. Dat is de enige goede daad die ik me kan herinneren van de Duitsers.

Kon u naar school tijdens de oorlog?
Ik zat op de Zonnebloemschool, maar ons gebouw werd ontruimd door de Duitsers omdat het ‘sperrgebied’ werd. We werden verplaatst naar het gebouw van de Nachtegaalschool (nu OBS Houtrust). Onze leraren verhuisden mee. We kregen niet meer de hele dag les, want we zaten met twee scholen in één gebouw. Als wij ’s ochtends les hadden tot 12 uur, hadden de leerlingen van de Nachtegaalschool ’s middags les. Na een half jaar werden we weer overgeplaatst en gingen we naar het gebouw van een katholieke jongensschool aan de Hortensiastraat. Na de zomer van 1944 ging ik naar het Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Scheveningen. Twee maanden later werd die school gesloten, omdat er geen brandstof en elektriciteit meer was. Het laatste half jaar van de oorlog ging ik daarom niet meer naar school.

Heeft u heel de oorlog in Den Haag gewoond?
Bijna de gehele oorlog. Alleen de laatste maanden niet. In maart 1945 ben ik via het Interkerkelijk Comité naar Friesland gegaan om daar bij een boer te wonen. Ik moest me met andere kinderen melden op de Goudriaankade. Met grote binnenvaartschepen vaarden we via Leiden, Haarlem en Alkmaar. Uiteindelijk moesten we het IJsselmeer oversteken naar Stavoren. Daar zijn we beschoten door Engelse vliegtuigen. Dat was heel griezelig. Je zag zo’n vliegtuig naar beneden duiken en dan hoorde je ‘tak tak tak!’ de kogels in het water spatten. Het schip werd nauwelijks geraakt en gelukkig konden we doorvaren. Maar het was wel angstig! Het duurde misschien maar een kwartier, maar voor mijn gevoel werden we uren beschoten.
Eenmaal in Stavoren kregen we een geweldig maal met hutspot en worst en andere dingen die we jaren niet hadden gegeten. Fantastisch! Maar uiteindelijk werden we allemaal ziek, omdat onze maag zoveel eten niet kon verdragen. Daarna werden we verspreid over verschillende boeren. Ik kwam in huis bij een boer in Bergum, waar ik tot na de bevrijding ben gebleven.

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892