Erfgoeddrager: ​Charlie (​​11)

‘ We moesten bedelen bij de rijke mensen op de Laan van Meerdervoort om eten.’

Mevrouw Lanteri heeft een Duitse moeder die in het Nederlands verzet zit tijdens de oorlog. Haar moeder neemt 2 Duitse deserteurs in huis en brengt haar kinderen op de fiets naar de Veluwe, vanwege de hongerwinter.

U heeft een Duitse moeder, hoe ging dat tijdens de oorlog?
Mijn moeder woonde in Duitsland en zat als jong meisje bij het cabaret. Dat werd verboden door Hitler, dus vluchtte mijn moeder naar Nederland toen ze 19 jaar was. Ze trouwde, kreeg 2 kinderen en vanwege de scheiding was ze daarna een alleenstaande moeder. Mijn moeder had haar Duitse accent al vrij snel afgeleerd. Ze werkte bij een dokter op het Binnenhof. Samen deden ze alsof ze voor de Duitsers werkten, terwijl ze eigenlijk in het Nederlands verzet zaten. Ze kregen documenten in handen, waarop adressen stonden. Op die adressen woonden joodse gezinnen, die gedeporteerd zouden worden. Mijn moeder en de dokter, hebben de joodse gezinnen gewaarschuwd en heel veel joden kunnen redden. De verzetsgroep is later verraden, maar gelukkig is mijn moeder aan de Duitsers ontkomen.

Wat heeft u verder voor herinneringen?
Omdat mijn moeder in het verzet zat, heeft ze veel mensen kunnen laten onderduiken. Bij ons thuis waren ook mensen ondergedoken. Vanaf 1943 hebben twee deserteurs (Duitse soldaten die niet meer voor Hitler wilden vechten) jaren binnen gezeten. Ze zaten standaard in een verborgen ruimte. Het weinige eten dat we hadden, moesten we delen met de onderduikers. Het is wel heel bijzonder dat ik en mijn broer altijd onze mond hebben kunnen houden over de onderduikers. Niemand heeft er ooit iets van geweten.

Hoe heeft u de hongerwinter beleefd?
De honger werd steeds erger. Er was steeds minder te eten. Ik weet nog goed dat we moesten bedelen bij de rijke mensen op de Laan van Meerdervoort om eten. Mijn moeder heeft daarom besloten haar kinderen, mijn broer en mij, om de beurt weg te brengen naar de Veluwe, waar de boeren nog wel eten hadden. Ik zat achterop de fiets van mijn moeder, een fiets met houten banden. We fietsten niet alleen, nee, er was een hele stoet mensen op weg om hun kinderen weg te brengen. Het was nog een hele rit. We zijn onderweg zelfs nog beschoten door de Duitsers. Ik kwam terecht bij een boer en boerin in Oldebroek. Er waren niet veel kinderen daar, maar wel heel veel dieren. Ik heb het daar heel erg naar mijn zin gehad. Mijn broer zat bij een ander gezin. Ik heb hem pas na de oorlog weer gezien. We werden bevrijd door de Canadezen. Machtig mooi was dat. We kregen een doosje met lucifers, snoepjes en andere praktische en lekkere dingen. Daarna ging ik terug naar Den Haag op de vrachtwagen met allemaal andere mensen.

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892